Als gevolg van belangrijke economische, demografische en socioculturele veranderingen zien Westerse verzorgingsstaten zich verplicht om de vorm en inhoud van hun socialezekerheidsstelsel en in het bijzonder van hun pensioenstelsel te evalueren. Ook België ontkomt hier niet aan. De vergrijzing van onze bevolking zorgt ervoor dat onze economische welvaart en de daarop gebouwde sociale bescherming door een steeds kleiner aantal economisch actieven overeind gehouden moet worden. De opkomst van het adult worker model, waarbij elk volwassen individu geacht wordt betrokken te zijn in betaalde arbeid, doet twijfelen aan het voortbestaan van een aantal traditionele sociale risico’s, zoals het verlies van een kostwinner, maar legt ook een aantal nieuwe sociale risico’s bloot, zoals de mogelijkheid om vrij arbeid en zorgtaken te combineren of af te wisselen. Dit gaat gepaard met een proces van individualisering, waarbij de vrijheid om eigen keuzes te kunnen maken binnen het individuele levensplan centraal staat (de zgn. keuzebiografie). Dit maakt dat levenslopen steeds meer variatie vertonen en afwijken van de standaard industriële levensloop van ‘leren – werken of zorgen – rusten’ die nu nog een sterke verankering kent in regelgeving en beleid. Door deze ‘de-standaardisering’ van levenslopen die gepaard gaat met nieuwe situaties van onzekerheid en uitsluiting, rijst de vraag of ons socialezekerheidsstelsel nog tegemoet komt aan de noden en risico’s waartegen wij vandaag collectieve bescherming wensen. In de discussies over de vraag hoe wij de ‘grote actuele uitdagingen’ in het sociaal en arbeidsmarktbeleid moeten aanpakken, duikt het begrip "levensloopbenadering” op. De voorstanders van deze benadering zien hierin een inspirerend en richtinggevend hedendaags perspectief. Individuen moeten de mogelijkheid krijgen om hun beroepsactiviteit naar eigen inzicht te spreiden over de gehele levensloop en om zelfgekozen combinaties en transities te kunnen maken tussen betaald werk en andere sociaal-productieve activiteiten zoals zorg, scholing en vrijwilligerswerk. De sociale bescherming moet daarom ‘levensloopbestendig’ worden, d.w.z. niet negatief beïnvloed worden door de vrije maar maatschappelijk aanvaardbare keuzes die mensen maken in hun individuele levensloop. De eerste studies over het onderwerp verschenen bij onze noorderburen al bij het begin van dit decennium en mondden er intussen uit in de zgn. “levensloopregeling” waarop de Nederlanders sinds 1 januari 2006 een beroep kunnen doen. Een vergelijkbaar systeem van tijd- of verlofsparen bestaat ook in Duitsland en Frankrijk. Ook in ons land lijkt het concept ingang te vinden: getuige daarvan de verschillende verkiezingsprogramma voor de federale stembusgang van 10 juni 2007 en het ontwerp van tijdspaarsysteem van Assuralia, de Belgische beroepsvereniging van verzekeringsondernemingen. Hoog tijd dus om dat levensloopbeleid eens van naderbij te bekijken!
Datum: 27 maart 2009 Programma: Zie bijlage Plaats: FOD Sociale Zekerheid, Administratief Centrum Kruidtuin Finance Tower, Kruidtuinlaan 50, bus 1, 1000 Brussel Organisatie: Vakgroep Sociaal Recht (Vrije Universiteit Brussel), Genootschap voor sociale zekerheid & CoViVE met de steun van de FOD Sociale Zekerheid Inschrijven via: conferences@minsoc.fed.be . Prijs 50€ (incl. broodjeslunch) te storten op rekeningnummer 001-0686455-62 met vermelding van: ‘CONI275 + [naam deelnemer]’ |